Verboden kringen
  • data
  • tekst

Verboden kringen

De Kringenwet (1814, herzien 1853) belemmerde tot de definitieve opheffing in 1963 in grote delen van het Nederlandse grondgebied de stads- en dorpsuitbreiding. Ook rond de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie waren zogenaamde verboden kringen. Door strenge eisen en vereiste vergunningen werd hier het bouwen ontmoedigd. Om in tijden van oorlog het schootsveld snel vrij van obstakels te kunnen maken, werden zoveel mogelijk objecten in hout gebouwd: huizen, cafés, kippenhokken, kolenschuren, lantaarnpalen en seinhuisjes. In opdracht van het projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie is voor twee verboden kringen, rond fort Nieuwersluis en fort De Bilt, onderzocht wat de ontwikkelingsgeschiedenis is en welke rol en positie de houten huizen daarbinnen vervullen. In aansluiting hierop is gekeken wat wenselijke ontwikkelingsscenario's zijn voor deze verboden kringen en wat de houten huizen in de toekomst zouden kunnen betekenen als tastbare tekens van de verboden kringen.

Marginale bouwsels
De kringen waren geen bevroren territoria tot aan de opheffing. Sommige ontwikkelden zich meer onder invloed van programmatische druk van buiten zoals de kringen ten oosten van Utrecht. Andere kringen bleven grotendeels leeg zoals de kringen van Nieuwersluis. De resulterende verscheidenheid geeft een goed beeld van de diversiteit van landgebruik, occupatiepatroon en verkaveling die in de zone van de NHW voorkwamen. De houten huizen bevinden zich letterlijk in de marge van de grootschalige defensieve werken en strategische vakken en lijnen die samen de Nieuwe Hollandse Waterlinie vormen. Hun betekenis ligt in het verband met deze grote historische structuur en in de context van het landschap waarin mensen zo goed en zo kwaad als dat ging hun bestaan probeerden te verwerven in een restrictieve omgeving. Behoud zal zich daarom ten eerste op de context van de houten huizen moeten richten; afhankelijk van de specifieke kring kunnen daartoe de dragende landschappelijke structuren verbeterd, het programma vernieuwd en de leegte aanschouwelijk gemaakt worden.
In tweede instantie zou naar de houten huizen zelf gekeken moeten worden; hout is in de verboden kringen niet een (door traditie bepaalde) keuze geweest, maar een noodzaak die dan ook pragmatisch is ingevuld. Dit is te zien aan de vaak middelmatige toepassing van hout in gebouwen en aanbouwsels. Deze middelmatigheid van de objecten pleit tegen een zeer conserverende behoudstrategie. Beter is het om de dynamiek van de kringen met hun bijzonder marginaal programma te stimuleren en transformatie van de houten huizen in lijn te houden met hun geschiedenis van knutselen en rommelen. Dit pleit voor een bouwdoos aan leesbare uitbouwen en tegen een ‘alles in hout’ strategie.

Pilotproject naar de betekenis en potentie van de houten huizen in de verboden kringen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Locatie: Nieuwe Hollandse Waterlinie

Opdrachtgever: Projectbureau Nieuwe Hollandse Waterlinie

Oplevering: december 2008

Samenwerkingen: Steenhuis stedenbouw/landschap en Militair-historisch publicist Douwe Koen.

Publicaties:

pdf bestand online