Extreme Vens(t)ers
  • data
  • tekst

Extreme Vens(t)ers

De wijk Venserpolder, strategisch gelegen tussen Bijlmer en ArenA dreigt door de verbetering van de Bijlmer het schrobputje van Zuidoost te worden. De vraagstelling bij dit zelf opgezette onderzoek is in hoeverre de mogelijkheden van transformatie verkend kunnen worden door systematisch speculatief ontwerp te koppelen aan sociologisch onderzoek. Daartoe is in samenwerking met twee sociologen van de Erasmus universiteit, K. Rusinovic en A. Weltevrede een probleemstelling voor de wijk Venserpolder opgesteld. Op basis hiervan zijn verschillende ruimtelijke en programmatische transformaties ontworpen, gestoeld op twee uiterste sociaal-ruimtelijke scenario's: Egaliseren en Opdelen. Deze resultaten zijn bij een grote groep respondenten getoetst. Het eindresultaat zijn twee uitgewerkte voorstellen en een verslag. Als casus is dit onderzoek gepresenteerd op het congres: 4th ISUU 'European tradition of urbanism - and its future in 2007.

Egaliseren versus opdelen
In 1982 wordt de wijk Venserpolder door Carel Weeber ontworpen. In de oksel van spoor en metrolijnen wordt na experimenten als de Bijlmer weer teruggegrepen op de traditionele stadsvorm om eenzelfde programma te realiseren; het bouwblok en de straat. Massawoningbouw is door 5 verschillende architecten geperst in gesloten bouwblokken van 4 of 5 lagen met portiekontsluiting en grotendeels openbare binnenterreinen. Zo schraal als de wijk er nu vanuit onze ogen uitziet, zo hooggestemd waren in de jaren '80 de verwachtingen ten aanzien van deze manifeste terugkeer naar een traditionele stadsvormgeving waarin verkeer en verblijf gemengd zijn en de straat de verharde ruimte tussen twee bouwblokken is waaraan woningen ontsloten zijn.
Statistisch onderzoek en een enquête onder een representatieve groep bij de wijk betrokkenen, geven een gemengd sociaal-economisch beeld van de wijk. Het beheer en de veiligheid lijkt te verbeteren maar de bewoners zijn bovengemiddeld geïsoleerd door gebrek aan werk, scholing en perspectief.  Twee principiële ruimtelijke scenario's - 'opdelen versus egaliseren' - leveren een scala ontwikkelmogelijkheden op. Opdelen: Vanuit de regionale ligging is Venserpolder ontwikkeld als migrantenknooppunt waarin de couleur locale tot een specifieke vormgeving en programmering leidt. Verbinden: Vanuit de stedelijke belofte van het initiële plan en de aansluiting op andere wijken is Venserpolder ontwikkeld als gekleurd suburbaan woonmilieu met een kleinschalige inpassing van couleur locale in plinten en enkele binnenterreinen. Uitwerkingen op straatniveau laten de mogelijkheden zien binnen de zeer ruime profielen voor het maken van groene straten, winkelstraten of utilitaire parkeervelden. Ook de binnenterreinen bieden voldoende ruimte voor radicale keuzes zoals het toevoegen van hofwoningen of het opdelen in kaveltjes voor stadstuinbouw. Transformatie van de begane grond maakt winkels of woon-werkwoningen mogelijk.

Extreme Vens(t)ers, Toekomstperspectieven voor de wijk Venserpolder,

Locatie: Venserpolder, Amsterdam

Opdrachtgever: Mede mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds voor Architectuur

Ontwerp: 2006

Samenwerkingen: J. van der Vegt, K. Rusinovic (sociologe) en A. Weltevrede (sociologe)