1875, hoe het Kronenburgerpark ontstond

1875, hoe het Kronenburgerpark ontstond

Den Haag, 31 December 1875 Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst

Naar aanleiding van uwe missive van 9 december 1875 n8 afd. Domeinden hebben de Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst de eer U het volgende te berigten. De thans bestaande omwalling van Nijmegen draag alle kenmerken van oudheid en schijnt wel die te zijn welk in 1467 werd aangelegd en waarbij destijds de voorsteden bij de stad ingetrokken omwald en van verdedigingswerken voorzien zijn geworden. Ofschoon in den loop der eeuwen gewijzigd veranderd en verbouwd zoo bestaan van deze omwalling nog belangrijke gedeelten, zoals uit het volgende zal blijken. (..)

Met het oog op deze talrijke vervormingen durven de Rijksadviseurs niet op het behoud van deze poort aan te dringen (Heezepoort) ook al moge het waar zijn dat de verplaatsing van het station van den spoorweg meer zuidwaarts de passage langs dezen naauwen toegang veel zal doen verminderen. Men zal er zich toe behooren te bepalen nauwkeurige tekeningen van deze gebouwen te maken waarvoor de adviseurs zullen zorg dragen en de gedenkstenen te bewaren, deze zouden gevoegelijk aan de gemeente Nijmegen kunnen worden afgestaan.(...)

punt 3 Geheel anders is het gesteld met het behoud van de Kronenburgertoren. Het eerste bolwerk ten zuiden van de Heezepoort gelegen. De Rijksadviseurs aarzelen niet onvoorwaardelijk de wenschelijkheid van het behoud van dit gebouw uit te spreken. Behalve de Drogenmapstoren te Zutphen is de Kronenburgertoren de eenige nog overgebleven verdedigingstoren, welke heden ten dage hier te lande in nagenoeg onveranderde staat wordt aangetroffen (...)

Gelijk boven gezegd is achten de Rijksadviseurs allen het behoud van den Kronenburgertoren onvoorwaardelijk wenschelijk en geven zij in overweging dit gebouw als geschiedkundig monument aan den Minister van Binnenlandsche Zaken over te dragen. Op het behoud der andere torens wallen en poorten meenen zij niet te moeten aandringen. Men zal zich behooren te bepalen tot het vervaardigen van goede bouwkundige tekeningen iets waarvoor de Rijksadviseurs zorg zullen dragen * alsmede tot het maken van photografien. Bereids zijn eenige van wege het gemeentebestuur genomen.

Bij de slooping der vestingwerken blijve wijders het reserveren der te vinden oudheden en van de bakstenen van groote afmeting aanbevolen. Wijders is het dienstig dat speciaal worden gereserveerd de gedenkstenen met opschriften, jaartallen en walens, in de stedelijke verzameling der gemeente Nijmegen welke gemeente steeds bewijzen heeft gegeven dergelijke gedenkstukken harer geschiedenis op prijs te stellen.

Ten slotte meenen de Adviseurs een denkbeeld in overweging te mogen geven dat wel niet op geschiedkundige beweegredenen gegrond is, doch naar aanleiding van het onderzoek der oude wallen van Nijmegen is te berde gebracht. Het zou namelijk aanbeveling verdienen, om een strook grond, langs den hoofdwal van op de Heere tot aan of bij de Molenpoort te bestemmen tot plantsoen, waaraan dat gedeelte der stad wel behoefte schijnt te bestaan en waarvoor ook niet tegenstaande de ruimte voor spoorwegstation en huizen benodigd wel het noodige terrein schijnt te zijn. Bij een zoodanige aanleg zou het ernstig in overweging genomen moeten worden om behalve den Kronenburgertoren ook de overige torens en den oude walmuur te behouden en op gepaste wijze te gebruiken tot verhoging van het schilderachtig effect der te openen wandeling. Niets zou beletten den walmuur door te breken op die punten waar men daarop uitkomende straten zou wenschen door te trekken. Niets zou ook verhinderen dat het geheele terrassement of een gedeelte daarvan achter den hoofdwalmuur werd geamoveerd.

Herstel van het oude metselwerk zou niet nodig zijn, daar het de bedoeling zou zijn om gedeelten van den oude muur als ruïne met klimop en andere gewassen te begroeid te doen medewerken om aan het plantsoen een eigenaardig voorkomen te geven. Bij een met zorg beraamd plan zou het blijken hoeveel partij er van deze oude overblijfselen zou te betrekken zijn. Het fraaije verschiet, dat men op den wal heeft, wanneer men buiten de Heeze poort staat kan reeds nu een denkbeeld geven van het eigenaardig aanzien dat men zou verkrijgen, wanneer dit terrein met boomen en struikgewassen begroeid zal zijn. Het behoud van dien wal in bovengemelden zin schijnt derhalve allezins overweging te verdienen.

De Rijksadviseurs voornoemd

De Voorzitter (get) Hoek

De secretaris (get) Hooft van Iddekingen

(bron Rijksarchief NL-HaNA, Ingenieur Ontmanteling Vestingen, 2.08.25, inv.nr. 54-55)

 

vorige / volgende bericht
gerelateerde projecten: